Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit

Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit

  • -
  • +

Knoflookpad
Pelobates fuscus ssp. fuscus

Afbeeldingen uit het Nederlands Soortenregister

Foto Jelger Herder

FotoJelger Herder

Foto Tim Faasen

FotoTim Faasen

Foto Tim Faasen

FotoTim Faasen

Foto Paul  Cools

FotoPaul Cools

Naamgeving

NederlandsKnoflookpad
WetenschappelijkPelobates fuscus ssp. fuscus

Soortgroep

NederlandsAmfibieën
WetenschappelijkAmphibia

Voorkomen

Wijze van voorkomenregelmatige voortplanter
Trend (voortplanting)sterk afgenomen
Publicatiebron trendBedreigde en kwetsbare Reptielen en Amfibieën in Nederland; basisrapport met voorstel voor de Rode Lijst (RAVON, 1996)
Zeldzaamheid (voortplanting)zeldzaam
Publicatiebron zeldzaamheidBedreigde en kwetsbare Reptielen en Amfibieën in Nederland; basisrapport met voorstel voor de Rode Lijst (RAVON, 1996)


Kenmerken

De knoflookpad (Pelobates fuscus) is een middelgrote en tamelijk plompe pad met een vrij gladde huid. Deze pad is de enige vertegenwoordiger van de familie Pelobatidae in Nederland. Kenmerkend zijn de vertikaal spleetvormige pupillen, de helmvormige uitstulping op het midden van de kop (goed te zien vanaf de voorkant) en de lichtbruine, grote en scherpgerande metatarsusknobbel (graafknobbel). Verder heeft de soort opvallend grote zwemvliezen aan de achterpoten. De knoflookpad is aan de bovenzijde wit of lichtgelig tot rossig bruin met een onregelmatig patroon van donkerbruine vlekken.

Ecologie

De knoflookpad is overwegend een nachtdier, dat zich overdag ingraaft in zandige bodems. De knoflookpad overwintert ook onder de grond, op ongeveer 1 m diepte. Vanaf eind maart komen de knoflookpadden uit de grond te voorschijn en trekken naar het voortplantingswater. De piek van de voortplanting ligt omstreeks de tweede week van april, maar is weersafhankelijk en kan duren tot halverwege mei. De vrouwtjes zetten lange eisnoeren af, met een lengte van 40 tot 70 cm, die tot wel 1.100 eieren kunnen bevatten. De eieren worden bij voorkeur afgezet in betrekkelijk voedselrijk water. De volwassen dieren verblijven maar kort in het water, waarbij zij zich ook nog eens het liefst in het diepe gedeelte ophouden. Net als de ouderdieren verschuilen ook de larven zich overdag in de diepere waterlagen. Vanaf juli is het mogelijk om 's avonds pas gemetamorfoseerde knoflookpadjes te vinden die in de buurt van het voortplantingswater actief zijn op open zandplekjes. Deze larven zijn 6 tot 9 cm (soms wel 18 cm) groot. De gedaanteverwisseling loopt van juli tot augustus.
Een absolute voorwaarde voor deze grotendeels ondergronds levende soort is de aanwezigheid van vegetatie en met daartussen open zandplekken, waarbij het zand een zodanige structuur moet hebben dat het goed vergraafbaar is. Dit kunnen rivierduinen en heidegebieden zijn, maar ook cultuurgebieden met vergraven bodems; zandige akkers zoals aspergevelden en aardappelpercelen voldoen hieraan. Knoflookpadden komen alleen voor in gebieden waarin een juiste combinatie van voortplantingswater en landhabitat aanwezig is; beide habitats moeten op korte afstand (< 100 m) van elkaar liggen.

Verspreiding

De knoflookpad komt algemeen voor in de steppen en heuvelachtige gebieden van Midden- en Zuidoost-Europa. Met Oost-Nederland als westgrens loopt het verspreidingsgebied via Noord-Duitsland, Denemarken, Polen en de Baltische staten tot aan de Oeral. In Nederland komt de soort vooral voor op overgangen van de hogere zandgronden naar het rivierengebied, onder meer langs de IJssel (Cortenoever, Voorstonden, Sterrebos en Groot Soerel) en de Overijsselse Vecht (Ariën Koeland, Bentincksbosch en Rheezermaten). Ook overgangen van voedselarme heiden naar voedselrijke agrarisch gebied vormen een geschikt milieu, zoals in Drenthe en Noord-Brabant (Toterfout en Gastel). De knoflookpad is in ons land in de laatste halve eeuw sterk achteruitgegaan. Anno 2001 is de knoflookpad nog bekend van een veertigtal plekken in de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg.

Bescherming

Voor het duurzaam beschermen van de knoflookpad moet de aandacht zich zowel richten op het voortplantingswater als op de landhabitat. Voedselverrijking van poelen, beekmeanders en heidevennen en/of het verkeerd beheren daarvan is funest voor de knoflookpad. De landhabitat wordt bedreigd door de intensivering en grootschaligheid van de moderne landbouw. Het gaat hierbij niet alleen om het verdwijnen van houtwallen, drassige weilanden en moerasgebieden, maar ook het verdwijnen van elementen als sloten en moestuinen.
Bovendien zijn in het rivierengebied hoge waterstanden een bedreiging voor de knoflookpad, omdat ze dan geen veilige plekken meer kunnen vinden binnen de dijken. Daarnaast kunnen door overstromingen larven wegspoelen en vissen in de poeltjes komen, die de eieren en larven opeten.

Bronnen

Externe deskundigheid

Stichting Reptielen, Amfibieën en Vissenonderzoek Nederland (RAVON).

Literatuur
  • Crombaghs, B.H.J.M. & R.C.M. Creemers, 2001. Beschermingsplan knoflookpad. Rapport Directie Natuurbeheer nr. 2001/019. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Wageningen. 82 pp.
  • Hom, C.C., P.H.C. Lina, G. van Ommering, R.C.M. Creemers & H.J.R. Lenders, 1996. Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare reptielen en amfibieën in Nederland. IKC-Natuur, rapport nr. 25, Wageningen.
Websites

Meer informatie

Naar boven